Alle zuipspellen → Bussen

10 Pakjes Premium Speelkaarten

Koop nu voor slechts €10,17

Bussen is een spel, waarbij iedere ronde vooral één persoon erg bezopen zal worden. Bij Bussen gaat het er namelijk om in niet in de zogenaamde "Bus" te komen. Om het spel te kunnen spelen heb je alleen een normaal pak kaarten (zonder jokers) nodig.

De spelregels
Wanneer elke speler één of meerdere drankjes voor zich heeft staan, kan het spel beginnen. Het makkelijkst is om één persoon aan te wijzen die aan iedereen de kaarten uitdeelt. De spelverdeler begint bij een willekeurige persoon. Hij vraagt aan deze persoon: "rood of zwart? " Vervolgens geeft de spelverdeler de speler die aan de beurt is een kaart. Klopte het wat de speler heeft gegokt, dan mag deze een atje aan iemand uit de groep uitdelen. Wanneer de speler fout heeft gegokt, moet deze zelf een atje nemen. Op deze manier komt iedere speler aan de beurt. Zorg er voor dat je je eigen kaarten bij je houdt!


Als elke speler aan de beurt is geweest, begint ronde 2. Het principe blijft het zelfde als net, alleen gaat het nu om hoger of lager dan de eerste kaart die de speler heeft gekregen. Ook verandert het ene atje in twee.

Bij ronde 3 is de vraag: binnen of buiten de twee kaarten die je al hebt? Goed is drie slokken uitdelen, fout is drie atjes nemen.

Ook bij ronde 4 blijft het idee hetzelfde. Nu gaat het erom of je de soort (harten, klaver, enz.) al hebt of juist niet. De straf verandert nu in vier slokken.

Na ronde 4 is het eerste deel van het spel afgelopen. Iedereen houdt zijn of haar kaarten bij zich en de spelverdeler maakt op tafel een piramide van (dichte!) kaarten. De onderste rij bestaat uit vijf kaarten, de rij ernaast uit vier, daarna uit drie, en ga zo maar door. Nu worden de kaarten (vanaf onderaf) één voor één omgedraaid. Wanneer een speler de omgedraaide kaart ook in zijn handen heeft, mag diegene atjes uitdelen. Een kaart uit de onderste rij is één atje waard, uit de tweede rij is twee waard, enzovoort. Ga zo door tot alle kaarten van de piramide zijn omgedraaid.


Nu is de speler met de meeste kaarten (bij gelijkspel de laagste kaart) de lul, en moet hij of zij de "Bus" in. De spelverdeler legt zeven open kaarten naast elkaar op tafel. De speler die in de bus zit, moet bij iedere kaart "hoger of lager" zeggen. De spelverdeler trekt dan een nieuwe kaart van de stapel en legt deze erop. Wanneer de speler het goed heeft, mag deze door naar de volgende kaart. Heeft de speler het fout, dan moet deze drinken. Als de speler bij kaart één is afgegaan, moet hij of zij één slok nemen; bij de tweede kaart twee slokken; enzovoort. Wanneer de speler een fout antwoord heeft gegeven, moet deze weer bij kaart één beginnen. Pas als de speler de hele rij kaarten goed heeft, is deze uit de bus, en heeft hij of zij het spel gewonnen.

Reacties